De bekwaamheidseisen

De bekwaamheidseisen

Een leraar die is afgestudeerd aan de lerarenopleiding, is ‘bevoegd en bekwaam’ en kan vanaf zijn/haar benoeming of tewerkstelling onderwijs verzorgen dat in overeenstemming is met de zogenaamde bekwaamheidseisen. Vanaf het moment dat leraren lesgeven, maken zij een ontwikkeling door. Dat geldt niet alleen voor het lesgeven, maar ook voor het functioneren als teamlid en het communiceren met bijvoorbeeld ouders en externe contacten. Goede schoolleiders richten zich op de professionele ontwikkeling van hun leraren (op alle terreinen) door deze ontwikkeling te stimuleren en te faciliteren. Van belang is, dat de leraren daarbij eigenaarschap ervaren, omdat het optimaal werken aan de eigen ontwikkeling pas effectief is wanneer er sprake is van intrinsieke motivatie. Goede schoolleiders bedden de ontwikkeling van hun leraren in hun personeelsbeleid in. Daarom beschikken ze over nauwkeurig beschreven personeelsbeleid, zorgen ze voor een stringente uitoefening daarvan en verantwoorden ze zich over hun activiteiten en de resultaten.
Van startende leraren wordt verwacht dat zij voldoen aan de bekwaamheidseisen voor startende leraren (deze gelden in beginsel voor de schalen LA-1 t/m LA-3). Deze gedragseisen zijn vastgelegd in de CAO Primair Onderwijs en ontleend aan de pedagogische en didactische vaardigheden die Wim van de Grift beschreef in Teaching skills of student teachers (2014). De startbekwaamheidseisen zijn beschreven in de vorm van indicatoren:
• De leraar toont in gedrag en taalgebruik respect voor de leerlingen
• De leraar geeft duidelijke uitleg van de leerstof
• De leraar zorgt voor een ontspannen sfeer
• De leraar ondersteunt het zelfvertrouwen van de leerlingen
• De leraar geeft feedback aan de leerlingen

De beschrijving in de CAO (16 indicatoren) is globaal, en kan ook worden aangepast: een school mag ook zelf indicatoren vastleggen (passend bij de visie van de school) die uitdrukking geven aan wat verwacht wordt van een startbekwame leraar. De indicatoren zijn vooral van belang om een professioneel gesprek aan te gaan met de leraren over hun ontwikkeling. Welke indicatoren daarvoor gebruikt worden is van minder belang en tot op zekere hoogte ook arbitrair.

Leraren die startbekwaam zijn, worden op een gegeven moment basisbekwaam (in beginsel schaal LA-4 t/m LA-7). In de CAO worden 12 indicatoren beschreven die scholen als uitgangspunt kunnen nemen voor hun personeelsbeleid. Voorbeelden zijn:

• De leraar hanteert werkvormen die de leerlingen activeren
• De leraar zorgt voor een interactieve instructie
• De leraar stimuleert leerlingen om over oplossingen na te denken
• De leraar laat leerlingen hardop denken
• De leraar moedigt kritisch denken van leerlingen aan

De volgende stap die de leraren maken in hun ontwikkeling verloopt van basisbekwaam naar vakbekwaam (in beginsel schaal LA-8 t/m LA-15). In de CAO zijn hiervoor vier bekwaamheidseisen geformuleerd:

• De leraar stemt de instructie af op relevante verschillen tussen leerlingen
• De leraar vraagt leerlingen na te denken over strategieën bij de aanpak
• De leraar biedt zwakke leerlingen extra leer- en instructietijd
• De leraar stemt de verwerking van leerstof af op verschillen tussen leerlingen

In de CAO richten de eisen voor vakbekwame leraren zich tot het kunnen differentiëren. Niet voor niets rekent de Inspectie van het Onderwijs deze indicatoren tot de zogenaamde complexe vaardigheden. Scholen (besturen) staan voor de uitdaging om zelf te bepalen wat zij verwachten van start-, basis- en vakbekwame leraren. Het kan dus best zo zijn, dat een school al van basisbekwame leraren verwacht dat zij kunnen differentiëren.

Een aandachtspunt bij de beschrijving van de (uw) bekwaamheidseisen is het gegeven, dat ze in de CAO Primair Onderwijs slechts globaal beschreven zijn. Wat wil een school precies die van startbekwame leraren verwacht, dat zij een duidelijke uitleg geven? Wat is een duidelijke uitleg? Wat zie je dan (niet)? Dat kan opgelost worden door per indicator kort en krachtig good practice te beschrijven, bijvoorbeeld:

1. De leraren tonen in gedrag en taalgebruik respect voor leerlingen
• De leraren laten leerlingen uitspreken; ze luisteren naar de leerlingen
• De leraren vermijden rolbevestigende opmerkingen
• De leraren honoreren de inbreng van de leerlingen

2. De leraren geven duidelijke uitleg van de leerstof
• De leraren leggen uit in opeenvolgende stappen
• De leraren vatten van tijd tot tijd de leerstof samen
• De leraren zorgen voor aanschouwelijke en ondersteunende materialen die de leerstof ondersteunen
Op bovenstaande manier kan een school (bestuur) een eigen competentieset beschrijven. Deze set kan gebruikt worden bij klassenbezoeken, flitsbezoeken, functioneringsgesprekken, beoordelingsgesprekken en voor het opstellen van een plan van aanpak (POP). Op die manier vormen de bekwaamheidseisen de rode draad in het integraal personeelsbeleid van de school. Op die manier functioneren ze zoals ze bedoeld zijn: als instrument om goed onderwijs bespreekbaar te maken, als instrument om leraren professioneel te ontwikkelen.

Bekwaamheidseisen op WMK

Hoe zijn de bekwaamheidseisen vormgegeven op WMK-PO? Op WMK staan vijf instrumenten die zich richten op de bekwaamheidseisen. Allereerst kunnen scholen die over WMK beschikken, gebruik maken van het instrument Quick Scan. Via de Quick Scan beoordelen leraren zichzelf, waarna hun scores worden vertaald op schoolniveau. De uitkomst van de Quick Scan is dus een teamscore. De schoolleiding krijgt antwoord op de vraag: hoe staat ons team er gemiddeld voor? Welke score geven de leraren zichzelf op de indicatoren start-, basis- en vakbekwaam. De Quick Scan bevat de CAO-indicatoren (dus 32 indicatoren). Op basis van de uitkomsten kan de directie een globaal plan van aanpak opstellen.

Het tweede instrument is een directie-tool: de schooldiagnose. De schoolleiding scoort de diagnose die bestaat uit 32 indicatoren en bij iedere indicator good practice, zoals in het gegeven voorbeeld. Iedere indicator is voorzien van steeds drie voorbeelden van good practice. De uitkomst van de schooldiagnose geeft antwoord op de vraag: wat is de stand van zaken volgens de schoolleiding. In welke mate is ons team start-, basis- en vakbekwaam? Op basis van de uitkomsten kan de directie een gedetailleerd plan van aanpak opstellen.
Het derde instrument treft de gebruiker aan in de POP-module. WMK bevat een POP-omgeving die gevuld is met de 32 bekwaamheidseisen en de daarbij behorende good practice. Een leraar kan zichzelf scoren en zich ook laten scoren (360-graden-feedback). De uitkomsten laten zien in welke mate de leraar start-, basis of vakbekwaam is. Op basis van de scores kan de leraar een persoonlijk ontwikkelplan opstellen. Dit plan kan besproken worden tijdens het functioneringsgesprek.

Het vierde instrument is opgenomen in de module Beoordeling Medewerkers. Met behulp van deze module kan de schoolleider de leraren scoren op de 32 bekwaamheidseisen en daarbij behorende good practice. Dit leidt tot een leraarrapport dat besproken kan worden tijdens het beoordelings-gesprek. Tevens worden in deze module de uitkomsten van de individuele leraren naast elkaar gezet in een zogenaamde teamfoto. De schoolleiding kan dan gemakkelijk constateren welke leraar functioneert als startbekwaam, en wie basisbekwaam dan wel vakbekwaam is. Op basis van de teamfoto kan de directie een plan opstellen. De vraag is namelijk: hoe zorgen we dat ons team opschuift richting vakbekwaam?

Het vijfde instrument is opgenomen in de afdeling Downloads. De gebruiker van WMK treft daar een kijkwijzer aan die gebruikt kan worden bij de groepsbezoeken. De kijkwijzer bevat de 32 indicatoren en geeft ook steeds de good practice.

Kortom: scholen die concreet aan de slag willen gaan met bekwaamheidseisen (CAO), kunnen daarbij prima gebruik maken van de mogelijkheden die WMK biedt. Daarbij moet bedacht worden dat alles op WMK modificeerbaar is. Dat betekent, dat een school de bekwaamheidseisen en de daarbij behorende good practice inhoudelijk aan kan passen aan de eigen situatie. Op die manier kunnen scholen een competentieset vaststellen die past bij de missie en de visie van de school.

Cees Bos
Juni 2016