Veiligheid op school

Veiligheid op school

Op 26 mei is de Wet Veiligheid op school aangenomen door de Eerste Kamer, en vanaf 1 augustus 2015 is deze wet in werking getreden. In de wet is opgenomen, dat scholen een inspanningsverplichting hebben om een veilige schoolomgeving te waarborgen. Zo’n omgeving is (uiteraard) van wezenlijk belang voor kinderen om zich goed te kunnen ontwikkelen en te kunnen leren. Een onveilige omgeving kan dit ernstig belemmeren. Omdat de wet nogal wat implicaties heeft voor scholen, geeft de Inspectie van het Onderwijs de scholen de kans om het schooljaar 2015-2016 te benutten om te (gaan) voldoen aan wat er in de wet wordt gesteld. De inspectie ziet daarom pas vanaf 1 augustus 2016 toe op de naleving van de wet.

De wettekst

De wet –zoals gepubliceerd in het Staatsblad- verheldert wat er van scholen voor primair onderwijs verwacht wordt. Bondig gesteld gaat het om zorgplicht: scholen moeten zorgen voor veiligheid op hun school, waarbij er in ieder geval sprake is van:

  • De school moet veiligheidsbeleid voeren; daarbij gaat het om de sociale, de psychische en de fysieke veiligheid van de leerlingen
  • De school moet de veiligheid van de leerlingen monitoren (meten)
  • De school moet de veiligheid meten met een instrument dat een representatief en actuele beeld geeft
  • De school moet een persoon aanwijzen die de volgende taken krijgt toebedeeld: het coördineren van het beleid in het kader van het tegengaan van pesten en het fungeren als aanspreekpunt met betrekking tot pesten

Een vast aanspreekpunt  

In het schooljaar 2015-2016 moeten de scholen conform de nieuwe wet een coördinator voor het pestbeleid aanstellen. Deze coördineert het anti-pestbeleid en is een aanspreekpunt voor leerlingen en ouders. Door één persoon verantwoordelijk te maken voor de coördinatie, kan het pesten en het voorkomen van pesten effectiever worden aangepakt. Het aanspreekpunt (veelal aandachtsfunctionaris genoemd) stelt zich de vraag: hoe zorg ik ervoor, dat onze school een steeds veiligere school wordt? Het lijkt aan te raden om te starten met een taakbeschrijving, om te bespreken en vast te leggen wat er wel en niet behoort tor het takenpakket van de aandachtsfunctionaris. Aan welke taken kan er dan gedacht worden? Bijvoorbeeld aan:

  1. Zorgen voor bekendheid, zichtbaarheid en bereikbaarheid (zorgen voor laagdrempeligheid)
  2. Het verhelderen van de taken van de aandachtsfunctionaris
  3. Het geven van mondelinge en schriftelijke informatie over aspecten met betrekking tot veiligheid
  4. Het (mede) opstellen van het veiligheidsplan
  5. Op de hoogte stellen (blijven) van actuele ontwikkelingen
  6. Het (mede) uitvoeren van het veiligheidsplan
  7. Het (mede) implementeren van verbeterpunten vanuit het veiligheidsplan
  8. Het functioneren als eerste aanspreekpunt bij pesten (eerste opvang – advies – verwijzing)
  9. Zorgdagen voor het breed oppakken van zaken die met pesten samenhangen
  10. Het analyseren van meetgegevens (van uitslagen van vragenlijsten)
  11. Het analyseren van de gegevens van het LVS voor de sociale ontwikkeling

Primair gaat het om “bekendheid”. De aandachtsfunctionaris zorgt ervoor, dat alle bij de school betrokkenen weten wie hij/zij is en wat hij/zij doet (wat er verwacht kan worden). Vervolgens is het van belang, dat de procedures helder zijn: wat moet ik doen als ik gepest wordt? Wat gebeurt er daarna met mijn klacht etc. Kortom: een stap-voor-stap-overzicht is van groot belang om te verhelderen wat betrokkenen moeten doen als er sprake is van pesten. Een derde aspect betreft het veiligheidsplan. Daarin gaat het m.n. om vragen als: hoe voorkomen we op school allerlei vormen van pesten en wat doen we om van onze school een steeds veiliger school te maken? En tenslotte: gelet op de taken van de aandachtsfunctionaris kan de vraag “hoe zorg ik ervoor, dat onze school een steeds veiligere school wordt” uitgebreid worden met vragen als: is onze school een veilige school? Hoe weet (meet) ik dat? Wat doe ik op basis van de bevindingen? En wie informeer ik over de uitkomsten van metingen, analyses en voorgenomen verbeterpunten?

Het veiligheidsplan

In oktober 2014 presenteerden de PO-Raad en de VO-Raad het Actieplan sociale veiligheid op school. Dit plan biedt scholen ondersteuning bij hun inspanningen om een sociaal veilige omgeving te garanderen, en om van de school een steeds veiligere school te maken. Daarnaast werd er in september 2015 een gratis tool beschikbaar gesteld om een schoolveiligheidsplan op te stellen (digitaalveiligheidsplan.nl). Met behulp van dit instrument kunnen scholen een nulmeting verrichten en vaststellen wat hun actiepunten zijn. Het instrument van de PO/VO-Raad is in het najaar van 2015 met wat aanpassingen op WMK geplaatst onder de knop Veiligheid. Het veiligheidsplan (op WMK) bestaat uit acht paragrafen:

  1. Visie, kernwaarden, doelen en regels en afspraken
  2. Inzicht in de veiligheidsbeleving, incidenten en risico’s
  3. Voorwaarden, taken en samenwerking
  4. Pedagogisch handelen
  5. Preventieve programma’s en activiteiten
  6. Signaleren en actief handelen
  7. Kwaliteitszorg
  8. Veiligheid, beleid en documenten

Iedere paragraaf start met een vragenlijstje, waardoor de school grip krijgt op de sterke aspecten en de verbeterpunten van de school. De uitslagen worden weergegeven in een rapport. Per paragraaf kan de school aangeven: wat is ons eigen oordeel (G-V-Z-O), welke documenten hebben wij beschikbaar en wat zij onze aandachtspunten (opstellen plan van aanpak). Het WMK-rapport geeft dus een beeld van de huidige kwaliteit en tevens de plannen: wat gaat de school doen om van de school een steeds veiliger school te maken?

Het meten van de veiligheid

In de wet Veiligheid op school staat, dat scholen een gestandaardiseerd instrument moeten gebruiken om jaarlijks (!) het welbevinden en de veiligheidsbeleving van de leerlingen te meten. Scholen mogen zelf bepalen met welke instrument ze de veiligheid willen meten. De PO-Raad ontwikkelt momenteel een vragenlijst(je), dat de veiligheidsbeleving van kinderen kan meten. Dit vragenlijstje komt beschikbaar via de zogenaamd Vensters PO (Scholen op de kaart). Gebruikers van WMK kunnen ervan uitgaan, dat dit vragenlijstje (ook) geplaatst wordt op WMK met een koppeling naar de website Scholen op de kaart. Uiteraard kunnen scholen ook gebruik maken van andere vragenlijsten. Het instrument WMK biedt een aantal vragenlijsten waaruit scholen kunnen kiezen. De veiligheid (zowel fysiek als sociaal) kan bijvoorbeeld gemeten worden met:

  1. De tevredenheidspeiling Ouders (de rubriek Veiligheid en de rubriek Incidenten)
  2. De tevredenheidspeiling Leraren (de rubriek Veiligheid en de rubriek Incidenten)
  3. De tevredenheidspeiling Leerlingen (de rubriek Veiligheid en de rubriek Incidenten)
  4. De vragenlijst Veiligheid Ouders
  5. De vragenlijst Veiligheid Leraren
  6. De vragenlijst Veiligheid Leerlingen

De vragenlijsten Veiligheid vragen in het algemeen naar de veiligheidsbeleving (op weg naar school – op het schoolplein – in de school – in de klas), en daarnaast naar het al of niet voorkomen van incidenten. Het rapport dat automatisch wordt gegenereerd geeft op een overzichtelijke wijze de uitslagen en vergelijkt de school met andere scholen (benchmark). De school kan het rapport zelf voorzien van een analyse en verbeterpunten (een plan van aanpak). Met behulp van het rapport kunnen leerlingen, ouders, leraren en het bevoegd gezag geïnformeerd worden.

Veel scholen denken, dat ze de veiligheid op school kunnen gaan aantonen met behulp van hun leerlingvolgsysteem voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Vooralsnog (maart 2016) gaat de inspectie hier niet mee akkoord. De cotan-gecertificeerde instrumenten voor het meten van de sociaal-emotionele ontwikkeling meten deels wel de veiligheidsbeleving van de leerlingen (en het welbevinden), maar ze richten zich (nog) niet specifiek genoeg op het al of niet voorkomen van incidenten. Het is dus zaak om naast het LVS een beproefd instrument te gebruiken om de veiligheid te meten.

Wilt u het gratis werkvel ‘Thermometers veiligheid op school’ downloaden? Klik hier…

(geschreven door Cees Bos)